Voorjaarsdomheid

Sinds vandaag weet ik dat het bestaat: voorjaarsdomheid. Aan den lijve ondervonden toen ik vanmiddag amper nog van mijn fiets kon afstappen. Wat was er gebeurd? Ik was een beetje te enthousiast gaan fietsen. En met een beetje te enthousiast bedoel ik eigenlijk veel te naïef.

Voor vandaag stond er anderhalf uur rustige duur op het programma. Ik had een rondje in gedachten over Oosterhout, de bossen bij Terheijden en dan via Wagenberg en Made weer terug. Maar er reed een groepje bekenden voor me uit en ik dacht: als ik nou even naar hen toe rijd, kan ik mooi bij ze uit de wind. Soms beginnen catastrofes met goede ideeën.

Wat een geluk voor mij: ze reden naar Oosterhout en sloegen na de manege rechtsaf de polder slash bossen in. Wat fietste ik heerlijk bij hen uit de wind met de zon op mijn armen. Dit was genieten.

En toen was het moment daar dat ik rechtsaf had moeten gaan waar zij rechtdoor gingen. Dat had ik moeten doen. Maar ik deed het niet, want het ging zo lekker. Een lusje extra kon best. Maar dat lusje werd het West-Brabantse achterland. We reden langs de Haagse Beemden waar ik totaal de weg niet weet en kijkend op de kaart zijn er inderdaad maar twee mogelijkheden om dan weer terug te keren naar ons mooie Altena: omkeren of door naar Prinsenbeek en Zevenbergen. Het groepje deed het laatste. Natuurlijk deden ze dat, want het zijn op en top bikkels, die ouwe mannetjes.

Maar ik werd moe, hartstikke moe. Het was geen kwestie van ademnood of kramp in de kuiten, maar een laag energieniveau. Logisch als je pas met je vierde training bezig bent, maar toch had ik niet gedacht dat het mij zou overkomen. Ik voelde de kracht uit mijn benen wegsijpelen. Bij de stoplichten in Zevenbergen besloot ik het groepje vaarwel te zeggen. Zij gingen immers nog over Moerdijk en dan via de polders weer terug naar huis. Ik besloot in rechte lijn met de wind in mijn rug naar huis te gaan. Ik had er genoeg van.

 

Omdat ik dacht dat ik maar anderhalf uur zou gaan, had ik slechts één bidon bij me. Gelukkig ook een banaan, maar die had ik ergens bij Prinsenbeek al naar binnen gewerkt. In mijn bidon zat nog slechts een bodempje water. De vellen hingen aan mijn lippen, maar mijn vriendin ‘op de May’ was niet thuis. Toen bedacht ik me dat het nog maar negentien graden was en dat ik heus wel dat stukje naar huis kon fietsen zonder water. Het is maar weer net hoe zielig je jezelf vindt.

Maar dom ben ik wel. Al 21 jaar racefietservaring en dan twee essentiële fouten maken: zelfoverschatting en te weinig water. Ik troostte mezelf met de gedachte dat als ik geen fouten maak, dit blog veel te saai wordt. Tot uw dienst!

Nog een boodschap voor mijn trainer:

Beste Jamie,

Hierbij beloof ik plechtig dat ik mij keurig aan het trainingsschema zal houden. (Met een marge van tien procent, want soms zit het mee en soms zit het tegen.)

 

 

 

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *