Zwart IJs

Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen. Maar van geloven kwam bij zowel mijn katholieke vader als mijn hervormde moeder weinig terecht, dus leverde het ook nauwelijks problemen op. Zo waren ze er al snel uit met welke religie ze mij en mijn zusje zouden opzadelen: geen. Hun idee: later, als we volwassen waren, mochten we zelf kiezen.

Mijn ouders stuurden ons naar de katholieke basisschool, omdat deze op dat moment het beste onderwijs bood. Mijn kleuterjuf was een non, hoewel ze op school haar habijt niet droeg. Mijn tekening werd gekozen als omslag voor de paasliturgie en toen mijn klasgenoten communie deden, stond ik op de eerste rij van het kerkkoor en zong ik fanatiek alle liedjes mee. Uit mijn hoofd. Mijn zusje ging nog een stapje verder: zij schopte het als ‘heiden’ tot misdienaar. Het katholicisme bleek bij nader inzien toch niet echt haar ding. Het atheïsme trouwens ook niet. En ik, ik weet het nog steeds niet.

Toen ik dertien was, begon ik met wedstrijdschaatsen. Elke vrijdagavond trainde ik daarvoor in Den Haag. Dat betekende een uur heen en een uur terug in de auto. Gelukkig – voor mijn vader – kon ik meerijden met de vriendelijke schaatsfamilie B. uit H. Beide zoons waren een paar jaar ouder dan ik en konden behoorlijk schaatsen. (Ik krijg er nog kromme tenen van als ik eraan denk hoe gemakkelijk de jongste zijn talent heeft verkwanseld.) Onze wedstrijden reden we voornamelijk in Eindhoven, op zaterdag of zondag. Toen ik een van de eerste autoritten vroeg of ze zondag ook in Eindhoven moesten rijden, antwoordde de oudste broer: ‘Wij schaatsen niet op zondag.’
‘Waarom niet?’
‘Op zondag gaan we naar de kerk.’
‘Toch niet de hele dag?’
Einde gesprek.

Ik kreeg het gevoel dat de broers zich er niet helemaal prettig bij voelden. Ze vormden in ons Bourgondische Zuid-Nederlandse schaatswereldje een uitzondering. In de daarop volgende zomer ontdekte ik op de skeelerbanen in Vriezenveen en Oldebroek dat meer schaatsers de zondagsrust in ere hielden. De zusjes Smit, bijvoorbeeld. Totdat ze bij de wereldtop gingen behoren, toen vond God het wel goed dat ze op zondag gingen schaatsen. Zo zie je maar dat God best een toffe peer is, zo af en toe.

Toen besefte ik plotseling dat ík de uitzondering was. Ik was het enige meisje uit Brabant dat daar wedstrijden kwam skeeleren. Ik was degene die wekelijks uren in de auto doorbracht om te kunnen schaatsen. Uiteraard waren en kwamen er meer uitzonderingen, maar toch werd ik me steeds bewuster van de sterke band tussen de schaatssport en het christelijk geloof.

Regisseur en onderzoeksjournalist Geertjan Lassche maakte daar enkele jaren geleden een prachtige documentaire over: Zwart IJs. Daarin draait het om de vraag: wat doe je als schaatsende christen als de Elfstedentocht op zondag wordt verreden? Adembenemende beelden, met zichzelf worstelende mensen en inspirerende levensverhalen. Ik heb de documentaire nu al drie keer bekeken en telkens raak ik weer ontroerd bij de beelden van een ploeterende Geert-Jan van der Wal op de Weissensee. Een kijktip voor iedereen die van schaatsen houdt, diepgelovig, atheïst of iets ertussenin, dat maakt niet uit.

zwart_ijs_filmposter

Klik op de afbeelding om de volledige film te bekijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *